MathPlus, 4/5 havo oefenen

1e editie · 4e klas Havo · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Negatieve breuken optellen en aftrekken

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Bereken de volgende sommen en vereenvoudig zo ver mogelijk.

a. $$-\frac{6}{7} + \frac{4}{7}$$

b. $$-\frac{1}{4} - \frac{1}{6}$$

c. $$-3\frac{1}{3} + 2\frac{4}{5}$$

 

Uitwerking

a. De breuken zijn gelijknamig dus je mag ze bij elkaar optellen!

$$-\frac{6}{7} + \frac{4}{7} = -\frac{2}{7} $$

b. De noemers van de breuken zijn niet gelijk dus je moet ze eerst gelijknamig maken. Om de breuken gelijknamig te maken zoek je het kleinst gemeenschappelijke veelvoud (het kgv) van de noemers 4 en 6. Het kgv van 4 en 6 is 12.

$$-\frac{1}{4} - \frac{1}{6} = -\frac{3}{12} - \frac{2}{12} = -\frac{5}{12} $$

c. Bij deze som is het belangrijk dat je de rekenvolgorde in gedachten houdt!

Stap 1: Haal de helen binnen de breuken.

$$-3\frac{1}{3} + 2\frac{4}{5} = -\frac{10}{3} + \frac{14}{5} $$

Stap 2: Maak de breuken gelijknamig.

$$-\frac{10}{3} + \frac{14}{5} = -\frac{50}{15} + \frac{42}{15} $$

Stap 3: Nu mag je de breuken bij elkaar optellen.

$$-\frac{50}{15} + \frac{42}{15} = -\frac{8}{15} $$

$$-\frac{8}{15} $$ kun je niet verder vereenvoudigen.

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Als je negatieve breuken wilt optellen of aftrekken, zijn er bepaalde regels waar je je aan moet houden. Door het opvolgen van deze regels zullen breuken er netter en overzichtelijker uitzien.

Methode

Het optellen en aftrekken van negatieve breuken met een gelijke noemer

De breuken $$-\frac{3}{13}$$ en $$\frac{5}{13}$$ zijn gelijknamig, want de noemers zijn hetzelfde. Wanneer de noemer van beide breuken gelijk is mag je ze direct bij elkaar optellen en aftrekken.

Dus $$-\frac{3}{13} + \frac{5}{13} = \frac{2}{13} $$. En zo is $$-\frac{3}{13} - \frac{5}{13} = -\frac{8}{13} $$.

Het optellen en aftrekken van negatieve breuken met een niet-gelijknamige noemer

Wanneer je niet-gelijknamige breuken bij elkaar wilt optellen of aftrekken moet je de breuken eerst gelijknamig maken. Dit doe je door de breuken dezelfde noemers te geven. Let op! De teller en de noemer van een breuk vermenigvuldig je met hetzelfde getal.

Dus $$-\frac{3}{5} + \frac{2}{3} = -\frac{9}{15} + \frac{10}{15} = \frac{1}{15} $$.

Rekenvolgorde voor het optellen en aftrekken van negatieve breuken

Onthoud bij optellen en aftrekken van negatieve breuken de volgende rekenvolgorde:

  1. Haal de helen binnen de breuken
  2. Maak de breuken gelijknamig
  3. De tellers trek je van elkaar af of tel je bij elkaar op, de noemers moet je gelijk houden
  4. Vereenvoudig de breuken zo ver mogelijk en haal de helen eruit

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden